Zero afval thuis: waar begin je eigenlijk mee?

Oké, laten we eerlijk zijn. Je hebt een documentaire gezien, of een artikel gelezen, en je dacht : ik moet echt iets veranderen. Maar dan sta je in je keuken en kijk je naar je vuilnisbak vol plastic, en je weet niet goed waar je moet beginnen. Dat gevoel ken ik. Het is overweldigend, en dat is normaal.

Zero waste – of nul afval – is geen perfecte levensstijl die je van de ene op de andere dag omarmt. Het is een richting. Een manier van denken. En je hoeft écht niet meteen in een potje te leven met alleen maar drie items erin. Trouwens, als je meer wilt weten over de bredere context van natuurbescherming en duurzaamheid, is https://www.protection-de-la-nature.fr een goede plek om te beginnen.

Begin niet met alles tegelijk

Dat is fout nummer één. Mensen beslissen op maandag dat ze nul afval gaan produceren, kopen een set bamboe tandenborstels, roestvrijstalen rietjes en een compostemmer – en dan stoppen ze er drie weken later mee. Waarom ? Omdat het te snel ging.

Begin met één ruimte. Gewoon de keuken, of de badkamer. Niet allebei. Kijk wat je weggooit. Pak letterlijk je vuilniszak en leg de inhoud op een grote kartonnen doos. Ja, dat is vies. Maar je leert er enorm van. Wat gooi jij het meest weg ?

Voor de meeste mensen zijn dat :

  • Plastic verpakkingen van groenten en fruit
  • Plastic zakjes en foliewikkels
  • Papieren tissues en keukenpapier
  • Lege flesjes shampoo en gel

Als je dat weet, kun je gericht handelen. Niet blind alles vervangen.

De keuken : de grootste bron van afval

Gemiddeld produceert een Nederlands huishouden zo’n 500 kilo afval per jaar. Een groot deel daarvan komt gewoon uit de keuken. Dat is niet een beetje, dat is veel.

Eerste stap die écht werkt : ga los gekochte groenten en fruit kopen. Zonder plastic. Bij veel markten, maar ook bij steeds meer supermarkten, kun je groenten per stuk kopen. Een ui is een ui. Die heeft geen zakje nodig. Klinkt simpel, en dat is het ook.

Tweede stap : stoffen zakjes. Je koopt ze, je maakt ze zelf, of je vraagt ze aan iemand die naait. Gebruik ze voor brood, noten, rijst – alles wat je normaal in plastic koopt. Eén stoffen zakje gaat jaren mee. Dat is winst.

Derde stap, en die vind ik persoonlijk misschien wel de mooiste : leer koken met restjes. Dat broccolistronkje dat je altijd weggooit ? Je kunt er soep van maken. Die droge broodjes van gisteren ? Paneermeel of wentelteefjes. Het klinkt oud-fashioned, maar het werkt. En het scheelt echt geld.

Badkamer : klein maar waardevol

De badkamer is eigenlijk de makkelijkste plek om te beginnen. Waarom ? Omdat de producten die je daar gebruikt grotendeels vervangen kunnen worden door simpelere, duurzamere alternatieven.

Shampoobar in plaats van een plastic flacon – dat ding gaat veel langer mee dan je denkt, en er is geen plastic aan te pas gekomen. Tandenpoeder of tandpastatabletten in plaats van een tube. Een herbruikbaar scheermesje in plaats van wegwerpscheermesjes. Dat laatste scheelt overigens ook een hoop geld op jaarbasis.

Een ding dat me eerlijk gezegd verraste : wattenstaafjes. De meeste mensen beseffen niet hoeveel ze er doorheen gaan. Bamboe wattenstaafjes zijn een prima alternatief, en niet duurder dan de klassieke versie.

Boodschappen doen zonder plastic : hoe dan ?

Je hebt je stoffen zakjes, je eigen tas – dat is al een begin. Maar de echte uitdaging zit in de supermarkt zelf.

Eerlijk ? Niet alles is te vermijden in een gewone supermarkt. Yoghurt in een glazen pot, kaas aan de toonbank, brood bij de bakker – dat zijn de makkelijke winsten. Maar voor diepvriesgroenten of bepaalde producten ga je soms niet om plastic heen.

Dat is oké. Zero waste betekent niet nul plastic voor altijd en eeuwig. Het betekent : minder, bewuster, stap voor stap.

Wat wel helpt : grotere verpakkingen kopen. Eén pot pindakaas van een kilo maakt minder afval dan vier kleine potjes van 250 gram. Dat klinkt logisch, maar mensen vergeten het toch.

Composteren : ja, ook in een appartement

“Maar ik woon in een appartement, ik kan toch niet composteren ?” Jawel. Er bestaan tegenwoordig wormenbakken – ook wel wormenhotels – die je gewoon in je keuken of op je balkon kunt zetten. Ze stinken niet (als je ze goed onderhoudt), ze zijn compact, en ze zetten je keukenresten om in voedingsrijke compost die je aan je planten kunt geven.

Alternatieven zijn ook : GFT-inzamelpunten in de buurt zoeken (steeds meer gemeenten doen mee), of afspraken maken met een buurman of buurvrouw met een tuin.

Geen stress : progressie boven perfectie

Als er één ding is dat ik zou willen meegeven, dan is het dit : je hoeft niet perfect te zijn. De zero waste beweging heeft soms een beetje een elitair imago – duur, tijdrovend, voor mensen met veel ruimte en geld. Dat klopt niet per se, maar het gevoel begrijp ik.

Begin klein. Kies één gewoonte. Houd die drie weken vol. Dan pas voeg je iets nieuws toe. Op die manier bouw je iets op dat écht duurzaam is – en dat hoeft niet te kosten wat een volledig biologisch-biodynamisch huishouden kost.

Je hoeft trouwens ook niet alles nieuw te kopen om duurzamer te leven. Wat je al hebt, gebruiken totdat het echt op is – dat is misschien wel het meest zero-waste wat je kunt doen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *